
‘Het liefst ga ik terug naar mijn oude school’
De ontwikkelgroep: een inclusieve samenwerking tussen regulier en speciaal basisonderwijs
Stel je voor. Je bent 7 jaar en je hebt wat moeite op school. Je meester of juf heeft niet altijd de mogelijkheid om jou te begeleiden, waardoor je achterloopt. Na een tijdje draagt jouw school als oplossing het speciaal onderwijs aan. En dat betekent: je vriendjes achterlaten, je sport opgeven omdat je te laat terug bent voor de training en weinig kinderen om je heen zonder leerproblematiek - waar je je in jouw ontwikkeling aan had kunnen optrekken. En dat terwijl je met wat aanpassingen op je eigen school had kunnen blijven.
“Voor veel kinderen op het speciaal basisonderwijs (sbo) is dit de realiteit", vertelt Marlies Oudejans. “Toen ik als directeur ging werken op De Vlindertuin, begreep ik van sommige kinderen niet waarom zij naar het sbo waren verwezen. Ik werd nieuwsgierig naar de weg die is bewandeld om tot die keuze te komen en ontdekte dat de overstap grote gevolgen kan hebben en soms zelfs een klein trauma kan zijn in het leven van kinderen.”
Kinderen die naar het sbo gaan, kunnen meestal niet in hun eigen buurt naar school. Ze moeten met een busje mee en zijn later thuis, waardoor vriendjes al aan het spelen zijn met anderen en zij hobby- en sportlessen na schooltijd missen. “Zo heeft een overstap naar het sbo, die misschien de beste keuze lijkt, veel impact op het leven van een kind”, aldus Marlies. “Ook hebben zij vaak het gevoel dat ze ‘dom’ zijn en niet naar een ‘normale school’ konden. Kortom: deze stap doet veel met de eigenwaarde van het kind en het vertrouwen van zowel het kind als de ouders in het onderwijs.”

Positieve én minder positieve kanten
“Als we het hebben over speciaal basisonderwijs, kijken we vaak naar de positieve kanten. Een kleinere setting kan voordelen hebben en het is fijn als je niet de enige in de groep bent die moeite heeft met bepaalde dingen. Desondanks is de andere kant erg onderbelicht. Naast praktische en sociale gevolgen, zijn die er ook op het cognitieve vlak. In het sbo zetten we kinderen met leerproblematiek bij elkaar in een groep. Zo hebben zij minder goede voorbeelden om zich heen waaraan zij zich kunnen optrekken, zoals op het regulier onderwijs wél het geval zou zijn.”
Natuurlijk is het sbo voor sommige kinderen écht de beste keuze, erkent Marlies. “We zien dat die kinderen opbloeien in deze omgeving, die helemaal bij ze past. Maar voor anderen vraag ik mij af of zij niet beter af waren op een reguliere school - als we met elkaar ons uiterste best hadden willen doen om voor het kind de juiste leeromgeving te creëren. De verhalen van de kinderen die liever op hun oude school waren gebleven, raken mij enorm. Zo vroeg een collega van mij laatst aan een kind wat zij het liefste zou willen. Haar reactie? ‘Terug naar mijn oude school, zodat ik weer bij vriendinnen in de klas kom en volgend jaar mee kan doen met de musical.’”
En als het aan de kinderen zelf ligt, moet het mogelijk zijn om inclusief onderwijs te bieden, aldus Marlies. “Kinderen snappen de essentie van onderwijs en ontwikkeling vaak beter dan volwassenen. Wij zijn geneigd om in hokjes te denken, maar kinderen zien die hokjes niet eens. Zij erkennen dat iedereen anders is, verschillende behoeften heeft en dat dat juist het mooie is van een groep.”
Ontwikkelgroep
Dus: is een kind naar het speciaal basisonderwijs sturen wel altijd de beste keuze en wordt er genoeg gekeken naar wat de basisschool zelf kan doen om het kind te ondersteunen? En hoe zou het anders kunnen? Samen met Cynthia Bakker-Kamoen (directeur van sbo-school De Piramide van Stichting Ronduit) boog Marlies zich de afgelopen tijd over deze vraagstukken.
En, mooi nieuws: een mogelijke oplossing is gevonden. Dit kalenderjaar starten ze de Ontwikkelgroep, met behulp van het samenwerkingsverband PPO-NK. “De Ontwikkelgroep is een groep kinderen bij wie het even niet lukt op het regulier basisonderwijs, maar voor wie het sbo misschien ook niet helemaal aansluit op hun behoeftes. Voor deze kinderen creëren we - voor 9 tot 12 maanden - een plek op De Vlindertuin of De Piramide, terwijl de school van herkomst aangehaakt blijft. In dit tijdvak brengen we samen met de betrokken partijen in kaart waar de ontwikkelbehoefte van ieder kind ligt en hoe we dit stap voor stap kunnen realiseren op de basisschool waar zij vandaan komen,” vertelt Marlies.

Inclusiecoach
Zowel SaKS als Ronduit trekken een inclusiecoach aan. “Iemand die de scholen helpt om oplossingen te bedenken voor kinderen die, met wat aanpassingen in hun leerlijn en kennis over en ervaring met emotieregulatie, weer mee kunnen in het reguliere onderwijs”, legt Marlies uit. “Leerkrachten zitten vaak in een spagaat. Ze hebben de groep én kinderen die iets anders nodig hebben. Dat is lastig navigeren. Maar voor kinderen is het ook vervelend om steeds uit de klas te worden gehaald. De inclusiecoach gaat scholen begeleiden om extra ondersteuning ín de klas te organiseren.”
Pre-teaching
Er zijn 101 verschillende knopjes waar je aan kunt draaien om inclusief onderwijs te realiseren op het regulier basisonderwijs, stelt Marlies. “Iets waarvan we weten dat het goed werkt, is pre-teaching: niet achteraf extra aandacht besteden aan een kind, maar juist vooraf de stof al een keer aanbieden. In een klein groepje de les alvast een keer geven, zorgt bij de instructie met de hele groep voor herkenning bij deze leerlingen. Voor hen is de les dan herhaling, waardoor zij de stof nogmaals tot zich nemen. Dit werkt veel beter dan achteraf helpen, wanneer een kind al door een ‘leerkuil’ gaat, die voor stress en frustratie en het gevoel van falen zorgt. Met pre-teaching ben je dit vóór.”

Hybride en in fases
Met de Ontwikkelgroep ontstaat er een hybride vorm van inclusief onderwijs, legt Marlies uit. “In de eerste fase gaat het kind volledig naar De Vlindertuin/De Piramide. De sbo-school en de school van herkomst bepalen in die periode samen met de inclusiecoach, de leerkrachten en de ouders wat er nodig is op de reguliere basisschool om het kind passend onderwijs te bieden. In de tweede fase gaat het kind één dag terug naar de school van herkomst, en dit wordt langzamerhand opgebouwd naar meer dagen, tot het weer volledig terug kan. Het streven is dat hier 9-12 maanden overheen gaat.”
“Wij hopen dat de Ontwikkelgroep eraan bijdraagt dat steeds meer kinderen passend onderwijs krijgen op hun eigen school in hun eigen wijk, kunnen deelnemen aan (buitenschoolse) activiteiten met vriendjes en vriendinnetjes en zich kunnen blijven optrekken aan andere kinderen in de groep, die niet tegen leer- of gedragsproblematiek aanlopen. We verwachten dat dit de deelnemende kinderen veel zelfvertrouwen geeft.”
Inclusief onderwijs in 2035
Veel scholen zijn bezig met inclusief en passend onderwijs bieden aan hun leerlingen. En niet zonder reden: de overheid heeft het onderwijs als collectief de opdracht gegeven om ervoor te zorgen dat alle kinderen vanaf 2035 in of nabij hun eigen wijk naar school kunnen.
“Dit gaat om kinderen met uitdagingen op het gebied van leren en gedrag, maar ook leerlingen met een lichamelijke, visuele, auditieve of geestelijke beperking”, legt Marlies uit. “Wat ons betreft zijn de sbo-leerlingen die het met een aangepaste leerlijn en extra ondersteuning zouden redden op het regulier basisonderwijs, het laaghangende fruit waar snel progressie te boeken is. En we kunnen dat alleen maar leren door het ‘gewoon’ te DOEN. Zodat, als we zeggen dat elk kind welkom is op school, dit ook écht zo is.”