Column
Meester Daan
Meester Daan Nuijens - leerkracht op basisschool De Regenboog in Oudorp - pakt opnieuw de pen op voor het SaKS magazine. In zijn column neemt hij ons mee in zijn groep, waar kinderen stap voor stap ontdekken wie ze zijn. Met een sprankelende illustratie van onze Bianca Boerlage.

Worden wie je bent
Dit schooljaar sta ik voor groep 4. De meeste kinderen worden 8 jaar. Nog een heel leven voor zich. Ik ben benieuwd waar deze kinderen over twintig jaar staan. Wat zijn ze dan aan het doen? Welke dromen hebben ze waargemaakt?
Zoveel kinderen, zoveel talenten. Niet alleen in de klas, maar ook daarbuiten. Gedurende het schooljaar probeer ik bij zoveel mogelijk kinderen een keer te gaan kijken als ze sporten of als ze een uitvoering hebben, van bijvoorbeeld dans of met de circusschool. Ook bij het schoolvoetbal- en waterpolotoernooi ben ik graag van de partij. De kinderen vinden dat leuk, net als de ouders. En voor mij is het een mooie manier om mijn beeld van de kinderen te verbreden en de band met ze te versterken.
Sport, spel, dans, muziek of welke hobby dan ook; jonge kinderen leren er zoveel van. Samenwerken, winnen en verliezen, omgaan met teleurstellingen, elkaar helpen en samen overwinningen vieren. Ze leren van de spanning voor een voorstelling en van het applaus daarna. Ik zie die aspecten ook terug in de groep tijdens gym, het buitenspelen en tijdens het spelen van spelletjes in de klas. Voor sommige kinderen zijn die sociale vaardigheden vanzelfsprekend, voor anderen een uitdaging. Waar de één moeiteloos meespeelt op het plein, heeft de ander daar nog wat begeleiding bij nodig. En dat is prima.
Niet ieder kind blinkt uit in rekenen, taal of spelling. Maar ieder kind heeft wél een talent. Dat kan tekenen zijn, verhalen of gedichten schrijven, dansen, zingen, voetballen, hockeyen, turnen. Of iets heel anders. Ik ben nieuwsgierig naar die talenten en ga ernaar op zoek, want ik wil dat er voor al die verschillende talenten ook tijd, ruimte en plaats is in de groep.
En dan hoop ik dat ik over een jaar of twintig, als ik iets hoor of lees over een oud-leerling, denk: “Oh ja, dat was toen al dat jochie dat altijd in de voetbalkooi was,” of “Dat was dat meisje dat zo ontzettend goed kon tekenen,” of “Dat stoere meisje dat toen al op rugby zat” en “Die jongen die met breakdansen de handen op elkaar kreeg”. Ik hoop dat ze iets zijn gaan doen met hun talent – en vooral dat ze zijn geworden wie ze zijn

