Van speciale voorziening naar expertisecentrum
Wat kunnen we leren van de speciale voorzieningen bij SaKS?
Wat heeft een kind nodig om écht te kunnen leren en groeien? Op De Vlindertuin, de Trimaran en de Waaier werken collega’s Inge, Franka, Meike en Jalal dagelijks met kinderen die net iets anders of extra’s nodig hebben. Op hun scholen zit een schat aan kennis voor een inclusieve leeromgeving. Wat kunnen we van deze plekken leren?
Goed kijken
Inge Insing werkt als inclusiecoach bij SaKS en is onder andere veel te vinden op SBO De Vlindertuin. Ze is de brug tussen reguliere scholen en het speciaal basisonderwijs. ‘In twee ontwikkelgroepen komen leerlingen uit groep 4 tot en met 7 vier dagen per week naar het SBO en blijven ze één dag op hun eigen school. In zes tot twaalf maanden onderzoeken we wat een kind nodig heeft en welke onderwijsplek daarbij past. Het uiteindelijke doel van de ontwikkelgroep is dat een leerling terugstroomt naar het reguliere onderwijs.’
Op de dagen dat kinderen teruggaan naar hun eigen school, kijkt Inge mee: wat gaat goed en wat is nog nodig om de overstap haalbaar te maken? ‘Juist dat puzzelen vind ik interessant. Niet ieder kind heeft hetzelfde nodig en niet iedere oplossing past overal. Wat ik belangrijk vind, is dat kinderen sociaal-emotioneel op hun plek zitten. Dat staat voor mij echt op nummer één.’
Dat betekent goed kijken naar wat er onder het gedrag zit en meebewegen met het kind. ‘Soms moet een les even wijken voor een gesprekje, een moment van rust of een andere aanpak. Je moet continu blijven scannen: wat zie ik, wat gebeurt er? En je dan ook afvragen: waaróm gebeurt iets? Is de les te moeilijk of speelt er misschien thuis iets?’
Veiligheid vóór leren
Leerkracht Franka Barendrecht herkent dat. Op de Trimaran werkt zij met meer- en hoogbegaafde kinderen die op hun reguliere school zijn vastgelopen. In een kleine setting werken ze samen aan veiligheid, vertrouwen en opnieuw durven leren. ‘Kinderen die eerder zijn vastgelopen, hebben vaak eerst iets anders nodig dan bijvoorbeeld een volgende les. Het opbouwen van een relatie met deze kinderen is heel belangrijk.’
Op de Trimaran komen verschillende expertises samen. ‘Kinderen krijgen bijvoorbeeld begeleiding in het vooruitwerklab, kunnen met een psycholoog praten en werken aan de verbinding tussen hun brein en lijf. Ze hoeven niet steeds ergens anders naartoe voor ondersteuning en kunnen wat ze leren meteen toepassen in de praktijk.’
Voor Franka is er een duidelijke boodschap voor inclusief onderwijs. ‘Een kind moet zich veilig voelen, vertrouwen ervaren en echt gehoord worden. Kinderen willen graag gezien worden, maar ze willen óók dat er daadwerkelijk naar ze geluisterd wordt. En dat er iets wordt gedaan met hun stem.’
Daarbij kijkt ze niet alleen naar kinderen. ‘Als we een inclusieve leeromgeving willen, moeten we ook kijken wat bij leerkrachten past. Wil je je richten op één expertise, werk je graag op een leerplein of juist met kleine groepen? Ook de stem van leerkrachten telt.’


Ruimte om te landen
Ook de Waaier laat zien hoe belangrijk het is om ruimte te maken voor wat een kind op dat moment nodig heeft. De school biedt onderwijs aan nieuwkomers die ongeveer een jaar lang de Nederlandse taal leren voordat zij doorstromen naar een school in hun buurt.
Meike Hoogeboom is coördinator en werkt mee aan de ontwikkeling van de taalklas tot expertisecentrum. ‘Wij zijn sterk in het trauma-sensitief lesgeven en in het meebewegen met de kinderen. Want één ding staat voorop: kinderen moeten eerst kunnen landen voordat ze kunnen leren. Dat betekent ook dat je soms keuzes moet maken en gebaande paden moet loslaten. Het is voor ieder kind anders.’
‘Voor deze kinderen is tijd en ruimte om te landen ontzettend belangrijk. Ze zijn allemaal verhuisd naar een ander land en hebben huis en haard moeten achterlaten. Geef ze de kans om op deze nieuwe plek tot rust te komen en een nieuwe start te maken.’
Open houding
Jalal Akermouch weet ook hoe veiligheid het verschil maakt. Als jongerenwerker werkt hij onder andere op de Waaier met Team Up: lessen waarin hij thema’s als boosheid, angst, vriendschap en conflicten bespreekt via spel en beweging. ‘Bij mij durven kinderen eerlijk te zijn. Ze delen dingen die ze niet snel tegen hun juf of meester durven te zeggen.’
Meike ziet waarom dat werkt: ‘Jij bent heel benaderbaar. Je hebt een open houding en oordeelt niet. Daardoor voelen kinderen zich veilig en gezien. Door die vertrouwensband kun je ook eerder dingen signaleren. De kracht zit ’m in preventie: problemen hoeven niet eerst groot te worden voordat een kind met iemand mag gaan praten.’
En wanneer weet je dan dat een kind ‘geland’ is? Jalal: ‘In het begin zie je dat ze vooral met kinderen uit hetzelfde land praten. Zodra ze Nederlands proberen te praten, weet je: ze zijn geland. In het begin zijn de leerlingen afwachtend. Na een maand of twee zie je dat ze steeds meer van zichzelf laten zien. En op een gegeven moment maken zij de nieuwe nieuwkomers juist wegwijs. Die verschuiving is iedere keer weer mooi om te zien.’



Expertise delen
De kracht van deze voorzieningen zit niet alleen in wat er binnen hun eigen muren gebeurt. Er ontstaat ook kennis die andere scholen kan helpen. Zo ontwikkelt de Waaier zich steeds verder tot expertisecentrum. Meike: ‘We bieden ook een nazorgtraject aan en op aanvraag coachen we leerkrachten. Zo veranderen we van een plek waar kinderen naartoe gaan in een plek die expertise naar de scholen brengt.’
Ook Inge doet dat vanuit haar rol als inclusiecoach. ‘Ik kijk in groepen en geef praktische, laagdrempelige tips. Geen stapels adviezen die vervolgens in een la verdwijnen, maar iets waar je als leerkracht de volgende dag al mee aan de slag kunt. En het is oké als het niet meteen lukt. Laten we vooral met elkaar kijken: hoe zorgen we dat het wél lukt?’
Inclusief onderwijs geef je samen
Wat kunnen we dan leren van deze speciale voorzieningen? Inge: ‘Echt kijken. Naar het kind dat binnenkomt, naar wat er achter zijn of haar gedrag zit en wat hij of zij echt nodig heeft. Soms moet je daarvoor even terug naar de pedagogische basis. Wij beginnen hier elke dag weer opnieuw, bij ons is een leerling nooit ‘weer dát kind’.’
Meike sluit zich daarbij aan: ‘Ga terug naar de basis en kijk wat daar nodig is. Vanuit daar kun je weer verder bouwen.’
Inge: ‘Het belangrijkste bij inclusief onderwijs is dat je het samen draagt. Je bent niet meer in je eentje verantwoordelijk voor één groep. Als we samenwerken, kunnen we het beste doen voor ieder kind. En durf hulp te vragen. Een inclusieve leeromgeving betekent niet dat je het alleen hoeft te doen. Je mag ook zeggen: ik weet het even niet.’
