Toekomstraad

Ieder kind is welkom op mijn school

“Goed dat wij mogen meepraten. Want het gaat over ons, de kinderen”. Met die woorden vatte een van de leerlingen precies samen waar de Toekomstraad om draait. Tijdens de bijeenkomst op 3 september dachten zij met elkaar na over inclusie: hoe zorgen we ervoor dat ieder kind welkom is en kan meedoen op school? Voor collega’s Marloes Stuive, Sabine Kok en Kim Willemse werd snel duidelijk: als je kinderen vraagt hoe een inclusieve school eruitziet, krijg je verrassende antwoorden.

Van Toekomstraad naar leerlingraad

De Toekomstraad bestaat uit dertig leerlingen uit de midden- en bovenbouw, twee van iedere SaKS-school. Dit schooljaar staat het onderwerp inclusie centraal binnen SaKS. Daarom begon de Toekomstraad op 3 september met dit thema. Maar de bijeenkomst had nog een doel: de verbinding met de leerlingraden van de scholen versterken. Voor het eerst waren dan ook de leerlingraadcoördinatoren, waaronder Sabine en Kim, aanwezig.

Marloes, directeur van Sint Adelbertus en begeleider van de Toekomstraad: ‘Het werkt twee kanten op: de Toekomstraad haalt ideeën op en kijkt over de grenzen van scholen heen. De leerlingraad vertaalt die ideeën vervolgens naar de eigen praktijk. En andersom worden goede initiatieven uit een leerlingraad via de Toekomstraad verder verspreid.’

Delen van ervaringen

Op Matthieu Wiegmanschool is Sabine dit schooljaar gestart als coördinator van de leerlingraad. Zij ziet meteen mogelijkheden voor die wisselwerking. ‘De Toekomstraad biedt overkoepelende thema’s waar SaKS mee aan de slag wil. Met de leerlingraad kijken we vervolgens: wat betekent dit voor ónze school? Wat kunnen wij ermee?’

En dat werkt ook andersom. Een idee dat op één school ontstaat, hoeft daar niet te blijven. ‘Tijdens de bijeenkomst hoorde ik bijvoorbeeld over leerlingmediatoren die niet alleen op het schoolplein, maar ook in de groep worden ingezet. Toen dacht ik: waarom doen wij dat eigenlijk niet? Dat soort initiatieven neem je dus weer mee naar je eigen school.’

Ook Kim ziet vooral kansen om van elkaar te leren. ‘Bij de leerlingraad van Sint Adelbertus staat de Toekomstraad standaard op de agenda. Ook delen we bijvoorbeeld agendapunten en formats met elkaar. Zo hoef je als leerlingraad het wiel niet opnieuw uit te vinden.’

‘Beren bestaan niet’

Tijdens de bijeenkomst gingen de leerlingen ‘over de streep’ met stellingen over veiligheid, je gehoord voelen en talenten. Daarna ontwierpen ze hun ideale school: welke parels zijn er al? Wat zijn je dromen? En welke beren zitten er op de weg daarnaartoe?

Sabine: ‘Die beren bleken opvallend klein, want kinderen denken veel praktischer en out of the box. Denk aan een lift voor kinderen in een rolstoel, een stilteruimte om tot rust te komen of een kindercoach om mee te praten. Volwassenen denken vaak meteen: wat betekent dat voor het beleid? Voor bijna alles hadden de leerlingen wel een oplossing.’

Marloes herkent dat: ‘Eén leerling zei bijvoorbeeld: “beren bestaan eigenlijk niet, het zijn kansen”. Dat vond ik zo mooi. Kinderen denken niet meteen aan wat er allemaal niet kan. Ze denken veel meer aan hoe iets wél kan.’

Aandacht voor elkaar

De leerlingen dachten ook na over onderwerpen als gedrag en veiligheid. Want hoe zorg je ervoor dat ieder kind kan meedoen én zich veilig voelt? Kim: ‘Kinderen kunnen juist ook elkaar welkom laten voelen. Zo zei iemand: “we kunnen wel liever voor elkaar zijn. Speel eens met iemand buiten je eigen groepje, als je ziet dat iemand vaak alleen is”. Dat is toch prachtig? Juist daarom is het zo belangrijk dat kinderen meedenken over inclusie.’

Marloes herkent dat: ‘Een leerling zei bijvoorbeeld: “ik heb wel het gevoel dat ik gezien word bij mij op school. Maar ik vraag me wel af of álle kinderen gezien worden en niet alleen degenen die het hardst praten. Ziet juf dan ook de kinderen die wat stiller zijn?”.’

‘Het gaat over ons’ Dat kinderen het zelf ook belangrijk vinden om mee te denken, bleek misschien wel het mooist uit een uitspraak van Sofia, een van Kims leerlingen. ‘Na afloop zei ze: “goed en fijn dat wij mogen meepraten. Want het gaat over ons, de kinderen”. En zo is het ook.’

Maar meepraten heeft pas echt betekenis als daarna ook iets met die stem gebeurt. Precies daar versterken de Toekomstraad en leerlingraad elkaar. Marloes: ‘De leerlingen krijgen een podium om ideeën te delen, maar die moeten vervolgens ook ergens landen. Daarom werken de Toekomstraadleden met een logboek waarin ze bijhouden wat ze meenemen naar hun school en wat ze daar weer ophalen.’

Kim: ‘Bij ons nemen de Toekomstraadleden het logboek mee naar de leerlingraad. Daar bespreken we de onderwerpen opnieuw en vullen we ze aan. Hierdoor denken de leerlingen niet alleen voor onze eigen school, maar ook voor het bredere onderwijs.’

Van idee naar verandering De leerlingraad van Matthieu Wiegman laat zien dat die stem ook echt iets verandert. Sabine: ‘Ze dachten bijvoorbeeld mee over het nieuwe, groene schoolplein en over de invulling van SaKS Doet. En onlangs hebben we dichte wc’s gekregen. Veel kinderen voelden zich namelijk niet prettig in een ‘open’ wc-hokje. Naar aanleiding van een onderzoek zijn de wc’s aangepast met wanden tot aan het plafond.’

Ook op Sint Adelbertus dachten de leerlingen mee over het nieuwe, groene schoolplein. Kim: ‘Ze hebben zelfs hun plannen gepresenteerd aan buurtbewoners! Ook over de feestelijke opening van het schoolplein dachten ze mee. En ze hebben meebeslist over het schoolfeest. De activiteiten die zij bedachten, hebben we daadwerkelijk georganiseerd.’

Laat zien dat je écht luistert

Toch gaat het volgens Marloes om méér dan kinderen om hun mening vragen. ‘Tijdens de Toekomstraad hebben we het ook gehad over het hoorrecht: een kind heeft het recht om gehoord te worden over wat er nodig is om goede ondersteuning te krijgen op school. Het betekent dat je serieus luistert en laat zien wat je met hun inbreng doet.’

Zo wordt de samenwerking tussen de Toekomstraad en leerlingraden meer dan alleen een uitwisseling van ideeën. Marloes: ‘De stem van het kind is misschien wel hét vertrekpunt van alle gesprekken over schoolontwikkeling.’