Column

Afke Hartland

Afke pakt dit keer de pen op voor SaKS magazine. Na jaren in het OGO-onderwijs in Amsterdam te hebben gewerkt, werkt ze nu alweer tien jaar op de Matthieu Wiegmanschool in Bergen. Haar onderwijshart ligt bij het jonge kind. Als onderwijsmaker gelooft ze in de kracht van samen, omdat iedereen iets waardevols bij te dragen heeft.

Met een sprankelende illustratie van Elsbet Klingeler!

Als kind al vroeg ik me af waarom we de dingen doen zoals we ze doen, vooral ook op school. Want eigenlijk hebben we de manier waarop we op school leren ook maar gewoon bedacht. En als we iets anders hadden bedacht, zouden we het nu anders doen. Ik merkte dat het systeem niet bij mij paste, hoewel ik me tot op zeker hoogte aan kon passen. Maar ik zag ook kinderen om mij heen bij wie dit niet of minder goed lukte.

Toen ik zelf leerkracht werd en later ook moeder van neurodivergente kinderen, voelde ik de ruimte en de noodzaak om hier anders naar te kijken en mee om te gaan. Wie ben jij en wat kom je brengen? Wat heb je nodig van mij en kan ik je dat geven, of heb ik eerst ook iets nodig? Kunnen we het samen doen?

Via verschillende scholen waar ruimte was om zelf onderwijs te maken, kwam ik op de Matthieu Wiegmanschool terecht. Ook hier kunnen we zelf maken, onderzoeken en ontwerpen. Door de ontwikkeling van kinderen centraal te stellen, lukt het al veel beter om af te stemmen op de behoeften van ieder kind. En dat kan voor iedereen, want iedereen heeft iets anders nodig. Maar we doen het wel samen. Juist de sociale context helpt ons allemaal om te ontwikkelen.

Toen ik net op de Matthieu werkte, stroomde er in groep 3 een kind in dat zich op een andere school niet prettig voelde. Hij vond het moeilijk om met onze groep mee te doen en was ook nog veel thuis. Samen met hem en zijn ouders maakten we een plan. Aan welke doelen willen we werken? Wat lukt op school en wat lukt thuis?

In het begin waren er op school alleen activiteiten mogelijk als het over Minecraft ging en thuis schreef hij woorden met Lego. Door bij hem aan te sluiten, kon hij zich steeds beter op school ontwikkelen. Hij is volgens zijn potentieel uitgestroomd en zit inmiddels alweer een paar jaar op een reguliere middelbare school. Ook hier zijn zijn ouders nodig om samen met de school een brug te slaan. Maar dit lukt en hij kan groeien!

Om deze ontwikkeling op gang te krijgen, is ook de groep van groot belang. Het helpt als kinderen vanuit de schoolcultuur meekrijgen dat iedereen iets anders nodig heeft - en jij dus ook! Maar dat we het wel samen doen. Daar wordt iedereen wijzer van.

Voor mij gaat inclusie daarover: wat kom je brengen en wat heb je nodig om te groeien? Dat geldt voor het kind, de ouders, de professionals en de ontwikkelomgeving.

Inclusie gaat over ons allemaal. Over samen leven en samen leren, zoals de wereld ook zou moeten zijn. Het begint met de overtuiging dat we dit leven samen willen leven, dat iedereen mee mag doen en dat niemand zonder betekenis kan zijn.

Ik geef de pen door aan Samara de Wit, pedagogisch coach op de Driemaster. Met haar achtergrond in de jeugdhulp zet zij zich in voor de behoeften van kinderen en hun ontwikkelomgeving en voegt zo iets moois toe aan het onderwijs.